| |
Gedeelte van een artikel (alleen over de
voorvork) uit "VAM-orgaan", jaren vijftig.
Het veersysteem van Sparta.
De 125 cc en 200 cc Sparta motorrijwielen, model
1950, zijn voorzien van een telescopische voor- en achterwielvering. Betreffende
deze vering willen wij de constructie in het navolgende eens doornemen. Bezien
wij eerst de voorwielvering, dan bepalen wij ons tot fig. 1, waar een aanzicht
van de voorvork is weergegeven. De bewegende delen van deze vork zijn de
verchroomde onderstukken, waaraan tevens een steun is gesoldeerd (8) voor de
bevestiging van het spatbord. Een nok (12), vlak bij het asoog, dient om de
remplaat te verankeren. Het oog van de vork is duidelijker te zien op fig. 2.
Dit vorkoog (17) is vervaardigd van smeedbaar gierijzer, terwijl het is
vastgesoldeerd in een stalen buis (15). In deze buis bevinden zich twee bussen
(10 en 14) van een zeer slijtvast materiaal. Met deze twee ingeperste bussen kan
de onderste buis glijden langs een stalen binnenbuis (7). De laatste vormt één
stijf geheel met het frame, doordat de buis is vastgeklemd in de vorkonderplaat
(6), terwijl het boveneind met behulp van een verchroomde dopmoer (1) in de
vorkdekplaat (3) is vastgezet. Rond het binnenhuis (7) is een stofkap (5)
aangebracht. Deze stofkap is aan de vorkonderplaat bevestigd met dezelfde
klembout (18) waarmee ook de binnenbuis (7) in de vorkonderplaat is vastgezet.
De stofkap is voorzien van een steun (4) voor de bevestiging van de koplamp. Als
verend element doet een lage schroefveer dienst, die door de gehele binnenbuis
loopt. Deze veer (16) zit van onderen vast in het vorkoog doordat dit van
schroefdraad is voorzien. Bovenin de buis wordt de veer vastgehouden door een
korte schroefveer (2), die in de buis zit vastgesoldeerd. Doordat de lange veer
van boven in de geleidingsbuis en van onderen in het vorkoog is geschroefd,
wordt voorkomen dat het onderstuk, dat vrij moet kunnen bewegen om de verende
werking mogelijk te maken, van de geleidingsbuis zal afschieten. Onder in de
vorkpoot bevindt zich gewone motorolie. Deze olie dient voor de smering van de
geleidingsbussen (10 en 14) en zorgt tevens voor een dempende werking.
Boven de
olie is namelijk lucht opgesloten, die bij het inveren wordt samengeperst. Het
gaatje (13) in de binnenbuis dient om de olie doorgang te verschaffen naar de
ringvormige ruimte tussen de binnen- en buitenbuis (7 en 15). De maximum uitslag
van de voorvork bedraagt 12 cm. Een voorvork van deze constructie vereist geen
ander onderhoud dan vervanging van de olie in het voor- en najaar. Op figuur 1
is een plug (11) te zien, waarmee deze olie kan worden afgetapt. Om de olie
gemakkelijk te laten vloeien is het nodig de twee vorkmoeren (1) af te
schroeven. De buitenlucht kan dan toetreden om de plaats van de olie in te
nemen. Nadat de aftappluggen weer zijn aangebracht moet elke vorkpoot vanaf de
bovenzijde gevuld worden met 135 m3 olie, waarvoor in het voorjaar SAE 60 en in
het najaar SAE 50 gebruikt moet worden. Voor de demontage gaat men als volgt te
werk: Om de vorkdekplaat (3) met het stuur te verwijderen moeten de drie
vorkmoeren (1) worden afgeschroefd. De bout door het gat (18) in de onderplaat
moet worden losgezet en nu kan, door met een hamersteel of via een blokje hout
tegen de onderkant van de onderplaat te tikken, deze plaat van de binnenbuis
worden afgeschoven. Voor het losnemen van de verchroomde onderstukken moet eerst
het voorwiel gedemonteerd worden. Daarna worden de vier boutjes waarmee het
spatbord aan de onderstukken is bevestigd losgenomen en nu kan dit worden
verwijderd. De vorkpoten kunnen vervolgens worden uitgeschoven waarna alle
onderdelen uit elkaar komen te liggen. Wil men weer overgaan tot montage, dan
moeten eerst alle onderdelen vrijgemaakt worden van stof en zand. De rubber
afdichtring (9) moet hierbij voorzichtig behandeld worden en het is goed deze
ring eerst in te vetten alvorens men de buizen in elkaar schuift. Deze
afdichtring moet het binnendringen van stof en het uittreden van vuil voorkomen
en heeft dus een dubbele functie. Bij latere utvoeringen is deze afdichtring
vervallen en is boven de bovenste geleidingsbus (10) een soort oliekamer
gevormd. In fig. 2b valt deze kamer duidelijk te onderscheiden. Nadat de veer in
de geleidingsbuis is geschroefd, wordt het onderstuk op deze buis geschoven.
Door de vorkonderstukken langzaam rechtsom te draaien en met de vingertoppen de
afdichtring (9) in te drukken, kan de ring in de stofkap met het vorkstuk omhoog
geschoven worden. Zodra men voelt dat de veer in de schroefdraad van het vorkoog
pakt, draait men nog even stevig door om zekerheid te hebben dat de veereinden
zowel boven als onder goed in de draadstukken zijn geschroefd. De dopmoer (1)
moet van tevoren worden opgeschroefd, aangezien anders de veer bij het
vastdraaien omhoog komt. Het is natuurlijk noodzakelijk dat de beide
onderstukken onderling in goede stand staan. Is dit niet het geval dan kan men
als volgt te werk gaan: nadat de klembout (18) in de vorkonderplaat iets is
losgedraaid, wordt in moer (1) een ring gelegd waardoor deze moer bij het
aandraaien vrij blijft van de vorkdekplaat. In fig. 2a komt dit duidelijk tot
uiting. Door verder aandraaien van de moer kan nu de binnenvorkbuis samen met
het onderstuk in de juiste stand worden gedraaid. Daarna kan de klembout weer
worden vastgezet en de vorkmoer worden losgenomen om de ring te verwijderen,
waarna deze op de normale wijze wordt aangebracht. De ring deed dus alleen
dienst om de binnenbuis met het onderstuk te kunnen verdraaien.
Reactie van de heer Jan Wilke na lezing van
bovenstaand artikel
De vorkpoten kunnen er vervolgens linksom worden
uitgedraaid. Daarna kunnen ook de voorvorkveren gedemonteerd worden door deze er
linksom uit te schroeven.
Om een ring te plaatsen zoals dit vermeld is
nadat de klembout (18) wat losgedraaid is zoals in fig. 2a tot uiting komt is
wat vergezocht. De vorkpoot kan als geheel iets verdraaid worden, zodat de veer
'aan' ligt. Overigens: als de veer niet geheel tot het eind geschroefd kan
worden, gebeurt er ook niets mee! Deze vork is eveneens ter beproeving in een
Velocette racer gemonteerd geweest waarbij gebruik gemaakt is van de Sparta
voornaaf met aan beide kanten een remplaat gemonteerd (dubbele remmen). De
bedieningskabels hiervan waren gekoppeld. Deze Velocette, die verschillende
races gereden heeft (en gewonnen!) kreeg door deze vork een ongekend goede
wegligging!
De olie dient voor smering van de lagerbussen (10
en 14) en zorgt tevens voor en dempende werking door de dikte (viscositeit) van
de olie. Hoewel het mogelijk is om door gebruik van een stroperige olie de vork
zo stug te maken dat van vering nauwelijks sprake is, hebben wij in samenwerking
met het Shell laboratorium gekozen voor een courante hydraulische olie met een
vlakke viscositeit (zomer en winter). Overigens voldoet een niet te dunne
motorolie hier ook aan (SAE 30 - 50).

|
|